Hoe ontstond Pouilly-Fumé?
Pouilly-Fumé maakt al sinds Romeinse tijden wijn aan de oevers van de Loire, tegenover Sancerre. De naam "Fumé" verwijst naar de rokerige nuance die een goed gerijpte Sauvignon Blanc uit deze kalkmergel-bodems krijgt — niet naar enige rookbehandeling. De AOC werd in 1937 officieel afgegeven, een van de oudste van Frankrijk.
In de jaren tachtig werd Pouilly-Fumé internationaal bekend door producenten als Didier Dagueneau, die nieuwe percelen aanlegde, opbrengsten verlaagde en eik-vinificatie voor de premium-cuvées introduceerde — alles onorthodox voor de regio. Hij bewees dat Sauvignon Blanc langer kon bewaren en complex kon worden, niet alleen jong-frisse aperitief-wijn.
Bodem, hoogte, klimaat.
Pouilly-Fumé ligt op 200-300 meter hoogte op de oostelijke Loire-oever, tegenover Sancerre. Vier hoofd-bodems: silex (vuursteen — geeft de typische "rokerige" mineraliteit), kalksteen, terres blanches (witte mergel met fossielen), en kiezel. De Loire reflecteert licht en dempt temperatuurfluctuaties. Klimaat is continentaal-koel, vergelijkbaar met Chablis 100 km oostelijker.
De kerndruiven van Pouilly-Fumé
Pouilly-Fumé is monocépage Sauvignon Blanc — geen andere druif toegestaan. De wijnen zijn typisch droger, mineraal-strakker en minder "groen" dan Nieuwe-Wereld Sauvignon. Citrus, witte perzik, vuursteen en bij oudere flessen lichte petrol-noten zijn klassiek.
Wie maakt hier verschil?
Didier Dagueneau (overleden 2008) blijft de iconische naam, voortgezet door zijn zoon Louis-Benjamin Dagueneau. Domaine Serge Dagueneau et Filles is een aparte familietak. Domaine Michel Redde, Château de Tracy en Domaine Jonathan Pabiot zijn andere serieuze namen. De coöperatie Cave de Pouilly-sur-Loire verwerkt aanzienlijke volumes voor entry-level.